WladdyDaddy & Klein Hitlertje!

De Augurk Apocalypse!

 

Hoofdstuk - 1

De Nacht Na De Treinreis!

Om 03:17 uur 's nachts werd WladdyDaddy wakker doordat zijn broodrooster hem bij zijn volledige naam aansprak.

 

"WladdyDaddy."

 

Hij ging rechtop zitten.

 

"WladdyDaddy."

 

"Wat?"

 

"DE MAYONAISE IS ONTSNAPT."

 

WladdyDaddy sprong uit bed, trok een badjas aan en rende naar de keuken. Daar stond Klein Hitlertje al op tafel, gewapend met een houten pollepel en een veel te kleine zonnebril.

 

"Ze zijn erachter gekomen," fluisterde Klein Hitlertje.

 

"Wie?"

 

"De augurken."

 

Op dat moment explodeerde de koelkast.

 

Niet op een normale manier. Nee. De koelkast opende zijn deur, begon keihard techno te spelen en reed vervolgens zelfstandig door de muur.

 

WladdyDaddy staarde naar het gapende gat.

 

"Dat wordt een borgprobleem."

 

"Geen tijd!" riep Klein Hitlertje. "We moeten naar de Lidl."

 

Waarom precies, wist niemand.

 

Vijf minuten later reden ze met een winkelwagen zonder wielen door Rotterdam, voortgetrokken door een boze gans genaamd Henk. De maan stond laag aan de hemel en ergens in de verte schreeuwde iemand naar een magnetron.

 

Bij de Lidl aangekomen werden ze tegengehouden door een medewerker met een fluorescerend hesje.

 

"Jullie mogen hier niet naar binnen."

 

"Waarom niet?" vroeg WladdyDaddy.

 

De medewerker wees naar Klein Hitlertje.

 

"Hij heeft een verdachte aura."

 

Klein Hitlertje keek beledigd.

 

"Mijn aura is uitstekend."

 

Toen begon de vloer te trillen.

 

Uit het vriesvak verscheen een gigantische diepvriespizza met laserogen.

 

"IK BEN DE PIZZAKONING."

 

WladdyDaddy trok zijn broodrooster tevoorschijn.

 

"Niet weer."

 

De Pizzakoning vuurde een straal gesmolten mozzarella af.

 

Klein Hitlertje dook weg.

 

WladdyDaddy drukte op knop nummer drie van het broodrooster.

 

Een croissant schoot eruit.

 

De croissant raakte de Pizzakoning precies tussen zijn laserogen.

 

Stilte.

 

De Pizzakoning zakte langzaam in elkaar.

 

"Ik... had... liever... pepperoni..."

 

BOEM.

 

De hele Lidl werd gevuld met kaas.

 

WladdyDaddy en Klein Hitlertje stonden tot hun knieën in gesmolten mozzarella.

 

"Nou," zei WladdyDaddy, "dat ging verrassend goed."

 

Achter hen klonk een stem.

 

"Jullie hebben mijn pizza verslagen."

 

Ze draaiden zich om.

 

Daar stond de burgemeester van de augurken.

 

Hij droeg een pak, een monocle en een helm gemaakt van een halve watermeloen.

 

"Ik heb jullie nodig."

 

"Waarvoor?" vroeg Klein Hitlertje.

 

De augurkenburgemeester wees naar de hemel.

 

Daar verscheen een gigantische broodtrommel.

 

"DE BROODTROMMEL VAN HET LOT."

 

WladdyDaddy keek omhoog.

 

"Wat zit erin?"

 

De burgemeester slikte.

 

"Een boterham die nooit oud wordt."

 

Klein Hitlertje kreeg tranen in zijn ogen.

 

"De legende was waar."

 

WladdyDaddy knikte ernstig.

 

"Dan hebben we maar één keuze."

 

"Welke?"

 

"We eten hem."

 

En zo begonnen WladdyDaddy en Klein Hitlertje aan hun grootste avontuur ooit: een epische tocht naar de top van de Hemelse Broodtrommel, achtervolgd door boze augurken, een depressieve pizzakoning en Henk de gans.

 

Niemand weet hoe het eindigde.

 

Maar iedere ochtend om 03:17 uur hoor je vanuit Rotterdam nog steeds een broodrooster fluisteren:

 

"WladdyDaddy..."

 

En ergens daarachter klinkt een kleine stem:

 

"WAAR IS MIJN POLLEPEL?"

Hoofdstuk 2 — De Wraak van de Augurken

 

De volgende ochtend werd WladdyDaddy wakker op een parkeerplaats.

 

Hij wist niet waarom.

 

Hij wist ook niet waarom hij een verkeerskegel als hoed droeg.

 

En al helemaal niet waarom Henk de gans naast hem lag te snurken met een winkelmandje op zijn kop.

 

"Waar zijn we?" vroeg WladdyDaddy.

 

"Op de verkeerde plek," antwoordde Klein Hitlertje.

 

Hij zat boven op een prullenbak en keek door een verrekijker.

 

"En waar moeten we zijn?"

 

"Geen idee."

 

"Mooi."

 

Plotseling begon de grond te trillen.

 

KLOK. KLOK. KLOK.

 

Uit een rioolput kroop langzaam een gigantische augurk omhoog. Hij droeg een zwart pak, een gouden ketting en een zonnebril die duidelijk veel te duur was voor een augurk.

 

"Jullie dachten dat jullie de Pizzakoning hadden verslagen?" bulderde hij.

 

WladdyDaddy kneep zijn ogen samen.

 

"Wie ben jij?"

 

De augurk grijnsde.

 

"Mijn naam is Augurković."

 

Klein Hitlertje fluisterde: "Dat klinkt niet Nederlands."

 

"Ik ben ook geen Nederlandse augurk."

 

Augurković klapte in zijn handen.

 

Uit de riolen kwamen honderden kleine augurken gekropen.

 

Ze droegen allemaal miniatuurhelmen.

 

Henk werd wakker.

 

Hij keek naar het leger.

 

Het leger keek naar Henk.

 

Henk keek naar WladdyDaddy.

 

WladdyDaddy keek terug.

 

"Niet doen," zei WladdyDaddy.

 

Henk deed het toch.

 

Hij rende recht op het leger af.

 

"KWAAAAAAK!"

 

Binnen drie seconden ontstond complete chaos.

 

Augurken vlogen door de lucht.

 

Een winkelwagen rolde zonder bestuurder een fontein in.

 

Iemand begon spontaan het Wilhelmus op een blokfluit te spelen.

 

En WladdyDaddy?

 

Die had inmiddels een broodmes gevonden en stond op een lantaarnpaal.

 

"IK BEN DE KONING VAN DE KRUIMELS!"

 

"Je bent echt niet goed," riep Klein Hitlertje.

 

"Dat weet ik!"

 

Toen verscheen er boven de stad een gigantisch hologram.

 

Het beeld toonde de mysterieuze Broodtrommel van het Lot.

 

Een diepe stem sprak:

 

"DE LAATSTE BOTERHAM IS ONTDOOIT."

 

Iedereen zweeg.

 

Zelfs Henk.

 

Augurković trok langzaam zijn zonnebril af.

 

"Nee..."

 

"Wat?" vroeg Klein Hitlertje.

 

"Dat betekent dat hij wakker wordt."

 

"Wie?"

 

Augurković wees naar de hemel.

 

Achter de wolken verscheen een gigantische boterham met ogen.

 

Hij knipperde.

 

De stad begon te beven.

 

WladdyDaddy slikte.

 

"Dat..."

 

Hij wees naar de boterham.

 

"...is geen boterham."

 

Klein Hitlertje keek hem aan.

 

"Wat is het dan?"

 

WladdyDaddy haalde diep adem.

 

"Een tosti."

 

De hemel werd zwart.

 

Een gigantische stem bulderde:

 

"IK HEB HONGER."

 

En toen begon Rotterdam te rennen.

Hoofdstuk 3 — De Laatste Kruimel

 

Rotterdam rende.

 

Niet figuurlijk.

 

Letterlijk.

 

De Erasmusbrug had ineens benen gekregen en rende gillend richting Duitsland. Trams reden achteruit, verkeerslichten begonnen ruzie te maken en ergens op de Coolsingel probeerde een verdwaalde augurk een parkeerkaart te kopen.

 

Boven de stad zweefde de gigantische tosti.

 

Zijn korst gloeide rood.

 

Zijn kaas droop als lava naar beneden.

 

"IK HEB HONGER!"

 

WladdyDaddy keek omhoog.

 

"Dit wordt lastig."

 

Klein Hitlertje knikte ernstig.

 

"Heb je een plan?"

 

"Ja."

 

"Wat dan?"

 

"Rennen."

 

Ze renden.

 

Achter hen kwam de tosti langzaam dichterbij.

 

Henk de gans rende naast hen en droeg inmiddels een veiligheidshelm.

 

"Waarom heeft Henk een helm?" vroeg Klein Hitlertje.

 

"Geen idee."

 

"Waarom draag jij een verkeerskegel?"

 

"Ook geen idee."

 

Plotseling schoot Augurković uit een put.

 

"STOP!"

 

Iedereen bleef staan.

 

De gigantische tosti hing inmiddels recht boven hen.

 

Augurković haalde een klein zilveren doosje tevoorschijn.

 

"Er is maar één manier om hem te stoppen."

 

WladdyDaddy keek naar het doosje.

 

"Wat zit daarin?"

 

"De Laatste Kruimel."

 

Klein Hitlertje fronste.

 

"En wat doet die?"

 

"Geen idee."

 

"Fantastisch."

 

Augurković opende het doosje.

 

Een minuscuul gouden kruimeltje steeg de lucht in.

 

De tosti stopte.

 

Zijn ogen werden groot.

 

"NEE..."

 

Het kruimeltje schoot recht omhoog.

 

De tosti begon te krimpen.

 

Tien meter.

 

Vijf meter.

 

Eén meter.

 

Tien centimeter.

 

Uiteindelijk viel er een gewone, ietwat aangebrande tosti op straat.

 

Iedereen juichte.

 

WladdyDaddy stak zijn armen omhoog.

 

"WE HEBBEN GEWONNEN!"

 

Henk klapte met zijn vleugels.

 

Klein Hitlertje sprong op een winkelwagen.

 

Augurković begon zelfs te huilen.

 

"Het is voorbij..."

 

Maar toen hoorde WladdyDaddy iets.

 

Een zacht geluid.

 

Biep.

 

Hij keek naar het zilveren doosje.

 

Biep.

 

Het doosje begon rood te knipperen.

 

Klein Hitlertje kwam naast hem staan.

 

"Dat ziet er niet goed uit."

 

"Nee."

 

BIEP.

 

Het doosje sprong open.

 

Daarin lag geen kruimel.

 

Er lag een sleutel.

 

Een enorme, gouden sleutel.

 

Op de sleutel stond één woord:

 

MOSKOU.

 

WladdyDaddy keek naar Klein Hitlertje.

 

Klein Hitlertje keek naar Henk.

 

Henk keek naar de hemel.

 

Toen verscheen er tussen de wolken een gigantische rode deur.

 

Niemand had die deur daar eerder gezien.

 

Langzaam ging hij open.

 

Achter de deur klonk een diepe stem.

 

"Jullie hebben de verkeerde boterham verslagen."

 

WladdyDaddy liet de sleutel vallen.

 

Klein Hitlertje fluisterde:

 

"Wie zei dat?"

 

Uit de duisternis stapte een onbekende figuur naar voren.

 

Hij droeg een lange jas.

 

In zijn hand hield hij...

 

een broodrooster.

 

WladdyDaddy keek geschokt.

 

"Dat ding..."

 

De vreemdeling glimlachte.

 

"Ja."

 

Hij drukte op een knop.

 

KLIK.

 

Het broodrooster begon te gloeien.

 

"Dit is pas het begin."

 

De rode deur sloeg dicht.

 

Alles werd stil.

 

Toen zei Henk:

 

"Kwak."

 

WORDT VERVOLGD...

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.