De Tjappendoedels

De Tjappendoedels!

Er was eens… ergens tussen een kapotte sok, een half opgegeten tosti en een zingende cactus… een wereld die totaal nergens op sloeg. In die wereld woonden twee wezens die zelfs daar nog als extreem vreemd werden beschouwd.

 

Hun namen?

Tjappie… en Doedeltje.

Samen stonden ze bekend als… De Tjappendoedels

Op een dinsdagochtend die verdacht veel leek op een donderdagmiddag, zat Tjappie op een omgekeerde stoel soep te drinken met een vork.

 

“Dit is geen soep,” zei Doedeltje terwijl ze achterstevoren langs kwam wandelen op haar handen. “Dit is een plas met ambitie.”

 

Tjappie keek diep in zijn kom. “Aha… dus daarom praat het tegen me.”

 

De ene tjappendoedel zegt tegen de andere tjappendoedel: “Denk je dat soep gevoelens heeft?”

 

Waarop de andere tjappendoedel antwoordt: “Alleen als je er tegen schreeuwt.”

 

Dus begonnen ze allebei keihard tegen de soep te schreeuwen.

 

De soep schreeuwde terug.

Even later besloten De Tjappendoedels dat het tijd was voor avontuur. Want als je te lang stilzit, groeien er ineens bananen uit je oren. (Dat was vorige week gebeurd. Het was gênant. Vooral voor de bananen.)

 

“Waar gaan we heen?” vroeg Doedeltje.

 

Tjappie trok een kaart uit zijn broekzak. Het was een pannenkoek.

 

“Volgens deze kaart moeten we linksaf bij de huilende brievenbus en dan rechtdoor tot we een zingende schoen tegenkomen.”

 

“Topplan,” zei Doedeltje. “Ik vertrouw eten altijd als navigatie.”

Onderweg kwamen ze inderdaad een huilende brievenbus tegen.

 

“Waarom huil je?” vroeg de ene tjappendoedel.

 

“Ik heb alleen maar rekeningen in mijn leven,” snikte de brievenbus.

 

De andere tjappendoedel dacht even na en stopte er een tekening van een blije aardappel in.

 

De brievenbus stopte met huilen.

 

“Dit is het mooiste wat iemand ooit voor mij heeft gedaan,” fluisterde hij.

 

“Ja,” zei Tjappie trots. “Wij zijn emotioneel instabiel, maar op een warme manier.”

 

Na nog een tijdje lopen (en per ongeluk een wolk opeten), kwamen ze bij de zingende schoen.

 

De schoen zong vals. Echt verschrikkelijk vals.

 

Doedeltje trok een wenkbrauw op. “Ik denk dat die schoen kapot is.”

 

“Of hij is artiest,” zei Tjappie.

 

De ene tjappendoedel zegt tegen de andere tjappendoedel: “Zullen we meezingen?”

 

De andere tjappendoedel antwoordt: “Alleen als we nóg slechter zijn.”

 

En dat waren ze.

 

Samen zongen ze zo slecht dat de schoen stilviel, zich omdraaide… en wegliep.

 

“Wij hebben een schoen weggejaagd,” zei Doedeltje.

 

“Dat is mijn grootste prestatie sinds ik per ongeluk een stoel heb opgegeten,” zei Tjappie.

 

Toen de zon onderging (achter een koelkast), gingen De Tjappendoedels liggen op een veld vol piepende marshmallows.

 

“Denk je dat we ooit normaal worden?” vroeg Doedeltje.

 

Tjappie dacht lang na. Echt lang. Zo lang dat er bijna weer bananen begonnen te groeien.

 

“Hoop het niet,” zei hij uiteindelijk.

 

Doedeltje glimlachte. “Ik ook niet.”

 

De ene tjappendoedel zegt tegen de andere tjappendoedel: “Zullen we morgen weer iets doms doen?”

 

Waarop de andere tjappendoedel antwoordt: “Absoluut. Maar dan nóg dommer.”

 

En zo eindigde een totaal zinloze, maar verrassend geslaagde dag van…

 

De Tjappendoedels.

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.