De Tjappendoedels en het Mysterie van de Zeven Zeeën van Tanden!

De nacht nadat Tjappie en Doedeltje de Heilige Tempel van de Klappertandios hadden ontdekt, gebeurde er iets vreemds.

Heel vreemds.

Iets wat zelfs voor De Tjappendoedels behoorlijk gestoord was.

Er stond namelijk een boot in hun slaapkamer.

Niet naast hun bed.

Niet voor het raam.

Midden ín de slaapkamer.

Een grote, houten boot met een mast, een zwart piratenzeil en op de voorkant een gigantische gouden tand.

Tjappie keek naar de boot.

Doedeltje keek naar Tjappie.

Tjappie keek weer naar de boot.

“Heb jij die besteld?”

“Nee.”

“Dan is hij waarschijnlijk van mij.”

“Hoe kom je daarbij?”

“Omdat ik hem mooi vind.”

Doedeltje zuchtte.

Op dat moment klonk er vanaf het dek een zware stem.

“AHOOOOOOI, LANDROTEN!”

Tjappie en Doedeltje keken omhoog.

Daar stond een gigantische piraat met een lange zwarte jas, een enorme piratenhoed en een baard waarin drie kleine tanden woonden.

Hij grijnsde.

Zijn hele gebit klapperde.

KLAP-KLAP-KLAP-KLAP-KLAP.

“Wie ben jij?” vroeg Doedeltje.

De piraat sloeg trots op zijn borst.

“Ik ben…”

Hij wachtte dramatisch.

Een tand viel uit zijn mond.

Hij raapte hem op.

Stopte hem terug.

“Ik ben…”

Weer stilte.

“Kapitein Klappertand!”

Zijn tanden klapperden zo hard dat de lamp begon te trillen.

Tjappie wees naar hem.

“Volgens mij heb jij een loszittend probleem.”

“Dat heb ik inderdaad,” zei de kapitein.

---

Het grote probleem

Kapitein Klappertand vertelde dat hij hun hulp nodig had.

Er bestond volgens hem een plek die bijna niemand ooit had gevonden.

De Zeven Zeeën van Tanden.

Achter die zeven zeeën lag een geheimzinnig eiland.

Het eiland van de Verloren Tanden.

Daar zouden volgens de legende alle tanden terechtkomen die ooit op mysterieuze wijze waren verdwenen.

Ook de tanden van Tjappie en Doedeltje.

De twee tjappendoedels keken elkaar aan.

“Dus onze tanden kunnen daar zijn?” vroeg Doedeltje.

Kapitein Klappertand knikte.

“Dat is mogelijk.”

“En De Tandenfee?”

De kapitein werd plotseling bloedserieus.

“Daarover…”

Hij keek om zich heen.

“Daarover moeten we voorzichtig zijn.”

Tjappie slikte.

“Waarom?”

Kapitein Klappertand boog zich naar voren.

“De Tandenfee…”

Hij fluisterde:

“…is misschien helemaal geen fee.”

Een ijzige wind waaide door de kamer.

De kaarsen gingen uit.

Ergens klonk een zacht:

Ting.

Doedeltje kreeg kippenvel.

Tjappie ook.

Maar bij Tjappie kwam het kippenvel vooral doordat er een spin over zijn rug liep.

“AAAAAAH!”

Hij sprong op tafel.

De spin keek hem beledigd aan.

“Stel je niet zo aan,” zei Doedeltje.

“HIJ HEEFT ACHT POTEN!”

“Dat hoort zo.”

“JA, MAAR HIJ GEBRUIKT ZE ALLEMAAL!”

---

De bemanning

“Stap aan boord,” zei Kapitein Klappertand.

“Wie bestuurt de boot?” vroeg Doedeltje.

“Ik.”

“Mooi.”

“Maar ik heb geen idee hoe.”

“Niet mooi.”

Kapitein Klappertand draaide aan het roer.

De boot schoot door het raam naar buiten.

“WAAAAAAAH!”

“DOEDELTJE!”

“WAT?!”

“WE ZIJN DOOR HET RAAM!”

“DAT ZIE IK!”

“IS DIT NORMAAL?”

“BIJ ONS WEL!”

En zo begonnen De Tjappendoedels aan hun grootste avontuur tot nu toe.

De boot heette:

De Tandenbijter.

En hij voer op iets dat volgens Kapitein Klappertand “magische tandenkracht” heette.

Volgens Doedeltje rook het vooral naar oude kaas.

---

Tadderakje Sjaak Zweefkaak

Na een paar uur varen zagen ze iets in de verte.

Een klein figuur zweefde boven het water.

Hij had een lange snor, een veel te grote bril en een paar enorme kaken.

Hij draaide rondjes in de lucht.

“HELP!”

Tjappie keek omhoog.

“Hij valt!”

“Nee,” zei Kapitein Klappertand.

“Hij zweeft.”

“Hij valt dus heel langzaam.”

“Dat is zweven.”

“Dat zeg ik.”

Het figuur kwam dichterbij.

“Mijn naam is Tadderakje Sjaak Zweefkaak!”

Doedeltje knipperde.

“Is dat echt je naam?”

“Ja.”

“Waarom zweef je?”

Sjaak haalde zijn schouders op.

“Omdat ik geen zin heb om te lopen.”

Tjappie vond dat een uitstekend argument.

Sjaak vertelde dat hij de weg naar de Zeven Zeeën van Tanden kende.

“Maar,” zei hij, “jullie moeten één ding weten.”

“Wat?”

“De zeeën veranderen voortdurend.”

“Hoe dan?”

“De ene dag zijn ze van water.”

“En de andere?”

“Van pudding.”

“Dat klinkt niet zo gevaarlijk.”

Sjaak keek ernstig.

“Pudding met haaien.”

Tjappie knikte.

“Ah.”

---

De eerste zee

De eerste zee was inderdaad gewoon water.

De tweede zee was water met enorme drijvende kiezen.

De derde zee bestond uit limonade.

De vierde zee was gevuld met piepende ballonnen.

De vijfde zee was donker.

Heel donker.

En daar werd het stil.

Geen golven.

Geen wind.

Geen vogels.

Zelfs Kapitein Klappertand klapperde niet meer.

“Waarom is het hier zo stil?” fluisterde Doedeltje.

Sjaak zweefde dichter naar de boot.

“Omdat deze zee luistert.”

Tjappie keek over de rand.

“Waar luistert hij naar?”

Toen klonk vanuit het water:

KRRRRRRRRAAAAAK.

Iedereen verstijfde.

Een gigantische tand kwam langzaam boven het water uit.

Daarna nog één.

En nog één.

Een heel gezicht verscheen.

Tjappie pakte Doedeltje vast.

“Dat is geen vis.”

“Nee.”

“Dat is een mond.”

“Ja.”

“Een hele grote mond.”

“Ja.”

“Kunnen we weg?”

“Waarschijnlijk.”

“Mooi.”

De mond opende zich.

“WIE HEEFT MIJN TANDEN GESTOLEN?”

Kapitein Klappertand sprong naar voren.

“NIEMAND!”

De mond keek hem aan.

“Jij liegt.”

“Natuurlijk lieg ik. Ik ben piraat.”

Tjappie fluisterde:

“Eindelijk iemand die eerlijk is over zijn leugens.”

---

De Tanddraak

Uit de zee rees een gigantisch wezen op.

Een Tanddraak.

Zijn lichaam bestond uit duizenden tanden en kiezen.

Zijn ogen waren twee gouden muntstukken.

Hij brulde.

De boot schudde.

Doedeltje greep het roer.

“Tjappie!”

“Ja?”

“DOE IETS!”

“WAT?”

“EEN HELDENDING!”

Tjappie keek rond.

Hij pakte een emmer.

“Dit?”

“Nee!”

Hij pakte een bezem.

“Dit?”

“Nee!”

Hij pakte een banaan.

Doedeltje keek hem aan.

“Waarom heb jij een banaan?”

“Je weet nooit wanneer een banaan nodig is.”

De Tanddraak kwam dichterbij.

Tjappie hield de banaan omhoog.

“STOP!”

De draak stopte.

Hij keek naar de banaan.

Zijn ogen werden groot.

“Is dat…”

“Ja,” zei Tjappie.

“Een banaan?”

“Ja.”

De draak begon te huilen.

“Mijn favoriete fruit…”

Doedeltje staarde Tjappie aan.

“Je hebt een Tanddraak gestopt met een banaan.”

Tjappie knikte.

“Ik ben er zelf ook een beetje verbaasd over.”

---

Het eiland

Uiteindelijk bereikten ze de zevende zee.

Daar lag een eiland.

Het was bedekt met mist.

In het midden stond een enorme toren.

Op de top brandde een blauw licht.

Sjaak wees ernaar.

“Daar.”

“Daar woont de Tandenfee?” vroeg Doedeltje.

Sjaak schudde zijn hoofd.

“Nee.”

“Wat zit daar dan?”

Hij keek naar de toren.

“Dat weet niemand.”

Kapitein Klappertand werd bleek.

“Maar volgens de oude verhalen bewaart iets daar alle verloren tanden.”

Tjappie stapte van boord.

“Dan gaan we naar binnen.”

Doedeltje volgde.

“Waarom ben jij altijd zo dapper?”

“Ik ben niet dapper.”

“Wat dan?”

“Ik wil gewoon mijn tand terug.”

“Eerlijk.”

---

De toren

Binnen was het koud.

Aan de muren hingen duizenden kleine zakjes.

Op ieder zakje stond een naam.

Tjappie liep langs de muren.

“Hier!”

Hij pakte een zakje.

Daar stond:

TJAPPIE.

Hij keek Doedeltje aan.

“Mijn tand!”

Doedeltje pakte een ander zakje.

Daar stond:

DOEDELTJE.

“De mijne!”

Ze maakten de zakjes open.

Maar…

Ze waren leeg.

“Wat?”

Tjappie schudde het zakje.

Niets.

Doedeltje keek verder.

Op de vloer lagen honderden tanden.

Maar deze tanden waren anders.

Ze glommen.

En ze leken…

te lachen.

Hihihihi…

Tjappie deed een stap achteruit.

“Die tanden lachen.”

“Ja.”

“Dat vind ik niet leuk.”

“Waarom?”

“Omdat ik niet weet wat ze grappig vinden.”

Plotseling ging de deur achter hen dicht.

BOEM.

Het blauwe licht bovenin de toren werd feller.

Een stem klonk door de ruimte.

“Jullie zijn gekomen…”

Doedeltje keek omhoog.

“Wie ben jij?”

De stem antwoordde:

“Ik ben degene die bewaart wat verloren is.”

Tjappie keek naar de zakjes.

“Onze tanden?”

“Misschien.”

“Waar zijn ze dan?”

Een zachte lach klonk.

“Niet alles wat verloren lijkt… is gestolen.”

Doedeltje keek naar Tjappie.

Tjappie keek naar Doedeltje.

Toen kwam Sjaak Zweefkaak langzaam door het plafond naar beneden zweven.

“Ik denk,” zei hij, “dat we een probleem hebben.”

“Welk probleem?”

Sjaak wees omhoog.

“Daar.”

Boven hen verscheen een gigantische schaduw.

Twee gouden ogen gingen open.

En ergens in de duisternis klonk een bekend geluid.

Klap…

Klap…

Klap…

Kapitein Klappertand greep zijn zwaard.

“Dat geluid…”

Doedeltje fluisterde:

“De Tandenfee?”

Maar de stem uit de toren lachte.

“Dat…”

Een enorme deur begon achter hen open te gaan.

“…is niet de Tandenfee.”

Tjappie slikte.

“Wie is het dan?”

De stem antwoordde:

“Dat zullen jullie zelf moeten ontdekken.”

De deur ging helemaal open.

Daarachter lag een trap die diep onder het eiland afdaalde.

Helemaal beneden brandde een vreemd groen licht.

En op de eerste trede lag…

Tjappies tand.

Doedeltjes tand lag ernaast.

Maar tussen hun tanden in lag nog iets.

Een klein gouden tandje.

Met daarop één woord gegraveerd:

TJAPPENDOEDELS.

De twee vrienden keken elkaar aan.

Doedeltje glimlachte voorzichtig.

“Nou…”

Tjappie pakte zijn tand op.

“Dan gaan we maar naar beneden.”

Sjaak Zweefkaak zuchtte.

“Dat zeggen mensen altijd voordat er iets verschrikkelijks gebeurt.”

Kapitein Klappertand grijnsde.

“Gelukkig zijn wij geen normale mensen.”

Tjappie zette een stap op de trap.

“Klopt.”

Doedeltje volgde.

“Wij zijn Tjappendoedels.”

En samen daalden ze af.

Steeds dieper.

Naar het onbekende.

Naar de plek waar misschien de waarheid over De Tandenfee verborgen lag.

Maar vlak voordat ze uit het zicht verdwenen, hoorden ze boven zich een zacht, vrolijk stemmetje:

“Tot straks, Tjappendoedels…”

Doedeltje stopte.

“Tjappie…”

“Ja?”

“Heb jij dat gehoord?”

Tjappie keek omhoog.

Niemand.

Alleen de mist.

En een klein zilveren vleugeltje dat langzaam door de lucht dwarrelde.

Hij glimlachte.

“Volgens mij…”

“…begint het nu pas.”

En ergens diep onder het eiland klonk:

KLAP-KLAP-KLAP-KLAP.

Wordt vervolgd…

©Auteursrecht. Alle rechten voorbehouden.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.